U bent hier: Hoofdvakgebieden scheidingspijl Akoestiek scheidingspijl Laagfrequent Geluid

Laagfrequent geluid

Afdrukken
Inleiding

Laagfrequent geluid (LG-geluid) is geluid met frequenties beneden ca. 100 Hz. Laagfrequent geluid heeft eigenschappen waardoor het sterk verschilt van "gewoon" (hogerfrequent) geluid. Het wordt slecht gedempt en afgeschermd, de geluidwering van gevels is er niet op ontworpen en door staande golven kan het in een woning worden versterkt. Tot slot is de richtingsgevoeligheid van het menselijk oor voor laagfrequent geluid slecht.

FFT van een laagfrequent trillingsspectrum

FFT van een laagfrequent trillingsspectrum


Beoordelingsrichtlijn

De luidheid neemt bij LF-geluid sneller toe met het geluidsniveau dan bij gewoon geluid en hinder kan al ontstaan bij kleine overschrijdingen van de gehoordrempel. Daarom wordt voor laagfrequent geluid ’hoorbaarheid’ als beoordelingsmaatstaf gekozen: zodra LF-geluid hoorbaar is, kan hinder ontstaan. Het beschouwde frequentiegebied van LF geluid loopt van de tertsband van 20 Hz tot en met de tertsband van 100 Hz. Om klachten met betrekking tot laagfrequent geluid te kunnen objectiveren is een referentiecurve opgesteld. Deze referentiecurve omvat de gehoordrempels van 90% van een doorsnee groep van 55-ers.

Onderstaande tabel geeft deze referentiecurve weer.

Frequentie [Hz] 20 25 31,5 40 50 60 80 100
Referentiecurve [dB] 74 62 55 46 39 33 27 22

De referentiecurve is bedoeld om een klacht te objectiveren. Het is echter niet zo dat wanneer in een bepaalde situatie de referentiecurve wordt overschreden er ook klachten zullen optreden.

Normstelling en beoordelingsprocedure

Voor A-gewogen laagfrequent geluid van buitenaf wordt als grenswaarde voor de toetsing in een woning meestal een niveau van 35 dB(A) gedurende de dagperiode aangehouden. Indien sprake is van tonaal geluid dan dient er rekening gehouden te worden met een toeslag van 5 dB op het gemeten geluidniveau. Als in de praktijk laagfrequent geluid door een geluidmeting kan worden aangetoond blijkt het overigens eigenlijk altijd om tonaal geluid te gaan.

De beoordeling geschiedt aan de hand van geluidopnamen op de hinder lokatie. Gaat het om een onbekende bron, waarvan het geluid niet met zekerheid door de akoestisch adviseur wordt gehoord, dan kunnen geluidopnamen door de klager worden uitgevoerd. Van de geluidopnamen worden door de akoestisch adviseur (frequentie-)ongewogen, equivalente tertsbandspectra bepaald. De geluiddrukniveaus per tertsband worden vervolgens vergeleken met de referentiecurve. Het is uiteraard van belang dat stoorgeluiden de meetresultaten niet beïnvloeden. Het voordeel van de analyse achteraf is dat kortdurende stoorgeluiden alsnog kunnen worden geëlimineerd.

Bronnen van laagfrequent geluid

Laagfrequent geluid kan veel verschillende bronnen hebben. Zo kan LF-geluid een natuurlijke oorzaak hebben (onweer, watervallen, stormen, aardbevingen) maar meestal ligt de oorzaak bij allerlei machines. Denk hierbij aan motoren, ventilatoren, luchtbehandelinginstallaties, compressoren, rijden van zwaar verkeer, ketelhuizen, windturbines etc. Welke bronnen verdacht zijn ten aanzien van LF-geluid is dus bekend. Veel minder is bekend wat het verband is tussen de genoemde bronnen en de hoeveelheid aan klachten. In ca. 10% van de gevallen is er sprake van laagfrequent geluid waarbij de bron niet kan worden aangewezen. Dit maakt laagfrequent geluid soms tot een lastig fenomeen.

Ook een ventilator kan de oorzaak zijn van laagfrequent geluid

Ook een ventilator kan de oorzaak zijn van laagfrequent geluid


Meten is weten

Ook voor laagfrequent geluid geldt: "meten is weten". Greten Raadgevende Ingenieurs heeft de kennis en apparatuur in huis om (indien nodig) duurmetingen te verrichten, waarin de mate van optredend laagfrequent geluid wordt bepaald. Alvorens gekozen wordt voor het traject van duurmetingen zal het over het algemeen altijd eerst een inventariserend vooronderzoek worden uitgevoerd. Deze aanpak leidt vaak eerder tot het gewenste doel: het achterhalen van de bron van het laagfrequente geluid. Indien de bron is gelokaliseerd kunnen (indien mogelijk) maatwerkoplossingen worden onderzocht c.q. geadviseerd.

Literatuur

1. Laagfrequent Geluid en Hinder, RUG, 1997;
2. NSG Richtlijn Laagfrequent Geluid, NSG, 1999.